18785

Angel of an Annunciation

Angel of an Annunciation

Angel of an Annunciation

limestone
France/ Île-de- France ( Poissy?), end 13th century

phone 0032 3 314 90 34 mobile 0032476 963 483.

PROVENANCE

DE BACKKER
Medieval Art

Belgium





EXPERTISE

- Stenen engel van een Annunciatie -

In de loop van de 12de eeuw en begin van de 13de eeuw groeit er in West-Europa een nieuw bewustzijn. De mensen voelen zich niet meer zo gedomineerd door de onverbiddelijkheid van God en de kerk. De ketterbewegingen die gans Europa overspoelen, veroorzaken een complete ommekeer in de Europese mentaliteit. De schrikbeelden van de timpanen hebben geen vat meer op de toeschouwers die bijna allemaal analfabeet zijn. Zij wenden zich liever af richting ketters. De kerkelijke overheid, bouwheren en beeldhouwers moeten noodgedwongen toegeven aan dit nieuwe verlangen naar menselijkheid. De meer ‘menselijke’ boodschap die zij via de sculpturen willen verspreiden moet duidelijk en herkenbaar zijn. De gotische beeldhouwers willen immers de nadruk leggen op hun eigentijdse visie van God en de Bijbelse figuren. De vergiffenis voor diegenen die deemoed hebben, moet worden afgebeeld zodat de gewone middeleeuwer terugkeert naar de schoot van de kerk.
Niemand kan deze stand van zaken in het menselijk denken terugdraaien, al zal de kerk later in de 13de eeuw weer terugkeren naar een meer ‘verheven’ en ‘ goddelijke’ stijl.

De bouw van de grote kathedralen

De 13de eeuw wordt in Frankrijk gekenmerkt door de bouw van de grote kathedralen. Men bouwt de ene kathedraal na de andere, de ene al groter en mooier dan de andere. In navolging van Saint Denis en Chartres uit de 11de, 12de eeuw, tracht men vanaf ca. 1200 nog beter te doen. De kerken en torens worden hoger, slanker, nog fraaier en vooral ook lichter (Parijs, Amiens, Reims, Bourges e.a.). Op de façade van deze kathedralen verschijnen slanke pilaarbeelden, en de figuren die worden uitgebeeld krijgen nu een meer menselijk gelaat. Met hun voorname houding en fijn geskulpteerde trekken stralen zij wijsdom en rijkdom uit. Het is een begin van een nieuw tijdperk in de beeldhouwkunst. Hoewel deze beelden nog een zeer gestileerde houding hebben, is elke figuur een eigen bijna individuele verschijning; voor het eerst in de middeleeuwse beeldhouwkunst onderscheiden we duidelijk mannelijke en vrouwelijke figuren, oude en jonge …

De strenge en verhevene kenmerken van de romaanse kunst zijn vervangen door herkenbare figuren met menselijke en meer realistischere trekken. In de kathedraal van Chartres is niets terug te vinden van de verschrikkingen van het einde der wereld. De monsters zijn verhuisd naar de rand van het portaal en zijn nauwelijks zichtbaar. Christus verschijnt niet meer als de angstaanjagende redder, maar als de verlosser. De hier afgebeelde figuren zijn verstild en van een expressieloze schoonheid. Tekens van de dierenriem en kalenderbeelden, symbolen van de vrije kunsten, doen hun intrede.

De oorspronkelijke nog bestaande 19 sculpturen uit de westportalen van de kathedraal van Chartres worden beschouwd als schoolvoorbeeld van de vroeggotische beeldhouwkunst. ( De oudste voorbeelden gedateerd voor 1140 bevinden zich echter in St. Denis). Uit kunsthistorisch oogpunt, vertegenwoordigen deze ‘pilaarbeelden’ een keerpunt; de ingrijpende verandering van de romaanse naar de vroeg-gotische beeldhouwkunst.

De 'stijl 1200'

Aan het einde van de 11de eeuw herontdekt men binnen de Romaanse kunst de oudheid. Deze zogenaamde ‘1ste renaissance van de gotiek’ verspreidt zich vanuit Santiago de Compostella naar Zuid-Frankrijk en de rest van Spanje. Ze komt vooral tot uiting in de architectuur waarbij men teruggrijpt naar Korinthische motieven en structuren. Belangrijke voorbeelden zijn o.a. de kerk van Santiago de Compostella, de Saint-Martin in Fromista, de kathedralen van Pamplona en Jaca, Saint-Sernin in Toulouse en de kerk Saint-Pierre in Moissac.

Omstreeks 1200 manifesteert zich een zogenaamde ‘2de renaissance van de gotiek’. Ditmaal met ingrijpende gevolgen voor de beeldhouwkunst. In deze periode is de beeldhouwkunst in Noord-Frankrijk in de greep van een antiquiserende stroming (terug naar de antieken). De figuren die worden afgebeeld, zijn gehuld in antieke gewaden met vloeiende plooien waaronder hun lichaamsvormen zichtbaar zijn. Zij komen los van de zuilen en krijgen individuele menselijke kenmerken, beweeglijkheid en emotionele uitdrukking.
In deze periode die wel eens ‘de stijl 1200’ genoemd wordt, ontstaan figuren met menselijke expressies zoals een spottende of zachtmoedige uitdrukking, een opgetrokken wenkbrauw, een glimlach etc. Beroemdste voorbeeld hiervan is de lachende engel van Reims.


De ‘Annunciatie’

‘Annunciatie’, ‘Maria-Boodschap’ of ‘Aankondiging’verwijst in de Christelijke iconografie naar de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria. Deze scene stelt de aartsengel Gabriel voor die volgens Lucas 1:26-35 Maria in haar huis in Nazareth een bezoek brengt en haar meldt dat God haar uitverkoren heeft om de moeder van zijn Zoon te worden.
Gabriel is Hebreeuws en het betekent: ‘ Man van God’.

Er bestaan talloze voorstellingen van dit tafereel. In de kunst wordt Gabriel meestal afgebeeld als een vriendelijke androgyne jonge man al dan niet met vleugels op zijn rug. Bij de Annunciatie (aankondiging) houdt hij vaak witte lelies vast. Deze symboliseren de maagdelijkheid van Maria. Soms houdt hij een scepter vast (symbool van autoriteit) of een bazuin ( symbool van het aankondigen van een belangrijke gebeurtenis).
Maria is ook vaak omgeven door belangrijke symbolen o.a. boven haar hoofd een duif, symbool van de Heilige Geest of een karaf met zuiver water, symbool van haar maagdelijkheid.

In de Orthodoxe Kerk en Rooms-katholieke kerk valt de feestdag van de ‘Aankondiging’ op 25 maart, dus negen maanden voor Kerstmis.


Beschrijving

We zien hier een staande engel. Hij draagt een lang kleed met een ronde halsuitsnijding en nauw aansluitende lange mouwen. Daarover is een mantel geslagen die subtiel werd gedrapeerd. Deze soepel vallende mantel is over beide schouders geslagen. Op de rugzijde zien we één uiteinde dat losjes over zijn rechterschouder hangt in enkele verticale golvende plooien. Vervolgens is hij rond de rechterarm gedraaid, van daaruit valt hij in een paar gebogen horizontale plooien tot zijn linkerarm en -schouder waar het uiteinde naar beneden valt in enkele lange verticale licht gebombeerde plooien.
Onder het kleed dat tot op de grond reikt, is zijn blote rechtervoet zichtbaar.
De engel houdt in zijn linkerhand een boekrol. De duim van de rechterhand ontbreekt en vandaar dat we er niet voor 100 % zeker van kunnen zijn, maar wellicht hield hij de boekrol oorspronkelijk vast met beide handen.
De engel staat op een kleine ronde sokkel.

In het licht gebogen bolvormige hoofd dat het meeste te lijden had van de erosie kunnen we niettemin nog goed de verfijnde gelaatstrekken onderscheiden; het hartvormige gelaat, de amandelvormige ogen, de smalle fijne neus en een glimp van wat mogelijk een glimlach was. Zijn haar is kort en loopt uit in grote losse krullen. Het is niet meer zo goed te zien maar wellicht werd het samengehouden door een haarband.

Het lange kleed loopt vooraan uit in zachte verticale plooien die vertrekken vanuit de hand die de boekrol vasthoudt. Op de rugzijde valt de mantel in een brede platte plooi. Aan de rechterkant zien we licht gebombeerde gotische V-plooien.

Het kleed en de mantel wekken de indruk dat ze vervaardigd zijn uit een soepele stof waaronder de lichaamsvormen enigszins zichtbaar zijn. Deze verfijning van de plooival is zonder meer een verwijzing naar de ‘ Antieken’. De langgerekte slanke proporties en de houding daarentegen zijn gotisch. We zien hier duidelijk de S-vorm waarbij één been vooruit wordt geplaatst en het bovenlichaam een tegenwaartse beweging uitvoert. Deze zogenaamde ‘contrapost-houding’ is typisch gotisch.
Het beeld is uit één stuk steen volrond gesculpteerd. Men noemt dit ‘rondebosse’ naar analogie met de houten sculpturen die gemaakt worden uit één stuk rond hout dat langs alle kanten bewerkt of gesculpteerd is.

In tegenstelling tot het merendeel van de voorstelling van engelen, zien we hier op de rugzijde geen enkel spoor dat wijst op de aanwezigheid van vleugels. De beeldsnijder is hier trouw gebleven aan de Bijbel waarin nergens wordt vermeldt dat engelen vleugels hebben. Integendeel: herhaaldelijk lezen we over mensen die bezocht worden door engelen maar dat niet in de gaten hebben, zo menselijk zien ze eruit. Later ontwikkelt zich een traditie waarbij engelen wel vleugels krijgen.

Het is zonder meer duidelijk dat dit sculptuur langdurig werd blootgesteld aan invloeden van regen en wind. Vermoedelijk stond het ooit opgesteld aan de buitenzijde van een kathedraal wat verklaart waarom het vooral aan het hoofd en de voorzijde zo verweerd is. De vlekkerige patina met zwarte aanslag en witgrijze vlekken ( die vanuit het binnenste van de steen komen) is kenmerkend voor zandsteen die reageert op de inwerking van water en temperatuurschommelingen.

Er komen weinig van deze ‘pilaarbeelden’ op de kunstmarkt aangezien de meeste van deze sculpturen gemaakt werden voor de façades van kerken en kathedralen.

Deze engel is één van de zeldzame sculpturen in zandsteen uit deze zeer korte periode. Hij markeert een overgangsperiode in aanloop naar de geboorte van de vroege gotiek. Vandaar dus ook zijn kunsthistorisch belang.
De beeldsnijder was ongetwijfeld werkzaam in Noord-Frankrijk (Île-de-France), mogelijk in de regio van Poissy ten noordwesten van Parijs. Deze engel doet qua stijl helemaal denken aan de Meester van Poissy, een grote vernieuwer die op zijn beurt weer aan de basis lag van de stijl van Île-de-France die later gans West-Europa zou beïnvloeden.

Herkomst:
Zandsteen, Frankrijk/ Île de France, Poissy (?), eind XIII (juist voor 1300)

Afmetingen
Hoogte: 97 cm

Beschadigingen
Gans de sculptuur is aangetast door erosie veroorzaakt door de inwerking van water, wind en temperatuurschommelingen. Hierdoor is de bovenlaag afgesleten en scherpe randjes afgebrokkeld. Het gezicht en het bovenlijf zijn het meest aangetast.

Restauraties
Oude restauratie ter hoogte van de hals en de sokkel. Vermoedelijk was het hoofd ooit afgebroken en werd het herplaatst.

Provenance
Wij kochten deze sculptuur op de Franse kunstmarkt. Het was naar verluidt afkomstig uit het atelier van een steenkapper die kerken restaureerde.










Luc De Backker
April 2012